Bevalling deel twee.

Gepubliceerd op 15 januari 2019 10:00

Vier dagen had ik al weeën. Die vier dagen leken wel weken te duren. Het was zo vermoeiend. Voor dat ik ging bevallen riep ik stoer dat ik geen ruggenprik nodig zou hebben. Vroeger hadden ze dat ook niet. Nou, halleluja voor die dingen! Ik ben nog nooit zo blij geweest om die afschuwelijk grote spuit te zien. 

 

Ik zat rechtop in het ziekenhuisbed. Klaar voor de prik. De dienst waren net verwisseld dus ik moest wat langer wachten. Dit nam ik voor lief. Nog een halfuurtje had de verpleegkundige gezegd. Dat halfuurtje kon ik nog wel aan.. dacht ik. Maar dat halfuur werd een uur en dat uur werd anderhalf uur. Zo lang zat ik te wachten. Eindelijk kwam er iemand aan. Een Engelse man. Hij zou de prik gaan zetten. Snel legde hij alles klaar en hij vroeg me stil te blijven zitten. Dit klinkt gemakkelijk.. is het niet. Tijdens een wee verkrampt je hele lichaam en je gaat dan automatisch bewegen. Om tijdens een wee je lichaam dood stil te houden leek onmogelijk. Vijf keer prikte hij mis. Of dat pijn deed? Nee ik voelde niks van de prik. De weeën zijn zó veel meer pijnlijker dat je niks voelt van de ruggenprik. Zelfs niet van het bot contact wat hij steeds maakte. Zo noemen ze dat, bot contact. 

 

De moed zonk me in de schoenen en ik dacht dat mijn angst werkelijkheid ging worden. De ruggenprik zou niet gaan lukken. Ik huilde. Deze pijn was onmenselijk. Ik wilde het niet meer. Helemaal klaar was ik ermee. De Engelse man wilde het nog één keer proberen en dit lukte! Ik was opgelucht. De eerste vijf tot tien minuten bleef de pijn. Weer kreeg ik paniek. Wat als de prik niet zou werken ? Maar ineens, van het een op andere moment, voelde ik een soort rust in mijn lichaam. De pijn werd minder. Ik had nog steeds pijn maar het scherpe randje was eraf.  Ik begon te lachen. Volgens mij heb ik nog nooit zo erg geglimlacht als toen. Ik had een lach van oor tot oor. 

 

De verpleegkundige zag me liggen en zei “zo, die ruggenprik doet haar werk wel he”. Ik knikte en kon niks anders dan lachen. Anthony pakte me vast en ik voelde de opluchting bij hem. Hij zag dat ik minder pijn had en dat deed hem goed. Ik mocht terug naar de verloskamer. Mijn schoonmoeder was er inmiddels ook. Ze er is de hele bevalling bij geweest. Dit had ik gevraagd. Ze steunde Anthony heel erg. Hij vond het allemaal moeilijk te bevatten wat er gebeurde en hij kon leunen op zijn moeder. Dit gunde ik hem. Ook vond ik het zelf natuurlijk fijn om drie lieve mensen om me heen te hebben. Mama, Anthony en Anita. 

 

Ik kreeg een katheter. Dit krijg je altijd als je een ruggenprik hebt. Alles vanaf je middel naar beneden is verdoofd. Je hebt dus geen controle over je blaas. Af en toe zag ik dat ik aan het plassen was. “Oh daar ga ik weer” lachte ik dan. De ruggenprik deed zijn werk goed en ik had de rust weer gevonden. In mijn hoofd was het rustig en ik kon weer rustig ademen. De pijn bleef, maar het was niet meer dan een 5. 

 

Redelijk snel bleek dat de ruggenprik ervoor zorgde dat de ontsluiting nog langzamer ging. Daarom kreeg ik wee opwekkers. Aan mijn ene arm zat een infuus met de ruggenprik en aan de andere arm het infuus met de wee opwekkers. Ik voelde me goed. Ik heb wat gerust en gelachen. 

 

Ik zou de laatste echo krijgen om te kijken of alles in orde was. Dit bleek niet het geval. Aymee lag als een sterrenkijker. Dit betekend dat ze wel met haar hoofdje naar beneden lag maar met haar gezicht naar boven i.p.v. beneden. Dit is gevaarlijk en het was van groot belang dat ze zou draaien. Anders kon ik niet vaginaal bevallen. Ik schrok hier heel erg van en wilde er alles aan doen om haar te laten draaien. De verpleegkundige zei dat ik op mijn rechterzij moest gaan liggen. Dit was de enige manier om Aymee te laten draaien. 

 

Natuurlijk probeerde ik dit zoveel mogelijk te doen, maar op de een of andere manier leek de ruggenprik dan minder te werken. Zodra ik op mijn zij lag ging de pijn van 5 naar 9. Ik wisselde zoveel mogelijk af. Ik kon alleen maar hopen dat het genoeg zou zijn om Aymee te laten draaien. 

 

Het was inmiddels dinsdag middag en ik kon het prima vol houden op deze manier. Wel bleef ik erg misselijk en kon ik niks eten. Ik heb met moeite een half bakje pudding opgekregen. Rond 14:00u werden de weeën anders. Ze voelde anders. Het voelde alsof er een grote meloen tegen mijn achterste aandrukte en eruit wilde. Of beter gezegd, er uit MOEST. Het liefst zo snel mogelijk. De verpleegkundige kwam en legde uit dat dit de pers weeën waren. Ze voelde en deelde blij mee dat ik eindelijk tien centimeter ontsluiting had. Ik was blij want eindelijk kon ik gaan persen. Maar helaas bleek dat niet het geval te zijn.. ik moest wachten. Wachten omdat Aymee nog te hoog lag. Ze moest meer indalen. “We geven het nog een paar uur “ zei de verpleegkundige.. 

 

Volgende week neem ik jullie mee naar het laatste en leukste deel van mijn bevalling. De geboorte van Aymee. Heb ik lang moeten wachten tot ik mocht gaan persen? Kwam Aymee eruit als een sterrenkijker of was er niks aan de hand? Je leest het volgende week!


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.